Ontvangen via email. 26-11-2005
TER KENNISGEVING AANGEBODEN
Hoge Raad beperkt geheimhouding providers
Internetaanbieders moeten voortaan ook NAW-gegevens van klanten afstaan als hun daad onrechtmatig 'zou kunnen zijn'. Deze uitspraak van de Hoge Raad vanmorgen is koren op de molen van de Stichting Brein tegen muziek-uploaders.
De uitspraak inzake Pessers/Lycos van de Hoge Raad kwam vanmorgen niet als een verrassing. Ze is in lijn met het oordeel van de Advocaat Generaal in deze zaak.
Ook deze meende, evenals het Hof in 2004 en de rechter in kort geding in 2003 dat de hostingprovider Lycos aan postzegelhandelaar Bernhard Pessers in Tilburg naam en adres moet verstrekken van degene die hem op de site Stop te Fraud bij Lycos had zwartgemaakt. Pessers kan de lasteraar nu civiel aanpakken vanwege gederfde inkomsten uit zijn handel via onder meer eBay, die per jaar ongeveer 350.000 euro bedroegen.
Lycos deed een beroep op onder meer de E-commerce Richtlijn: als de provider weet heeft van een onmiskenbare onrechtmatigheid van zijn klant, dan moet hij ingrijpen. Volgens de Hoge Raad is 'vergeten' met de Richtlijn het geval Pessers te regelen: wanneer moet een hosting provider de NAW-gegevens van een anonieme websitehouder verschaffen aan een benadeelde? En dat gat, zo impliceert het vonnis, is bij deze gevuld met jurisprudentie.
De Hoge Raad letterlijk over het eerder gevelde vonnis van het gerechtshof: "Weliswaar was het voor Lycos niet onmiskenbaar dat de bewuste informatie op die website in dit geval onrechtmatig was, maar het hof vindt het aannemelijk dat de mogelijkheid bestaat dat die informatie onrechtmatig en voor Pessers schadelijk is. Volgens het hof heeft Pessers een reëel belang bij die NAW-gegevens en is er geen minder ingrijpende manier om ze te verkrijgen."
De E-commerce Richtlijn regelt de beperking van de aansprakelijkheid van de provider, maar de uitleg dat dit ook beperkingen biedt voor wat betreft het verstrekken van persoonsgegevens verwerpt de Hoge Raad: "De in de Richtlijn vastgestelde beperking van de aansprakelijkheid van dienstverleners die als tussenpersoon optreden doet geen afbreuk aan de mogelijkheid dat de nationale rechter die maatregelen treft die van deze tussenpersonen redelijkerwijs kunnen worden verlangd in verband met op hen rustende zorgvuldigheidsverplichtingen om onwettige activiteiten op te sporen en te voorkomen."
Kort door de bocht: ook al is de provider niet aansprakelijk, hij moet waar mogelijk wel meewerken om wetsovertreding te helpen bestrijden als iets onrechtmatig 'kan zijn'. De E-commerce Richtlijn biedt geen uitzondering op die algemene plicht.
Open doel voor Brein
Advocaat Caspar Wenckebach, die Lycos bijstond in kort geding en bij het Hof, is teleurgesteld over het oordeel van de Hoge Raad: "Het enige positieve dat erover te zeggen is dat nog steeds per individueel geval de provider zal kunnen blijven bepalen of hij persoonsgegevens afstaat. Maar in de praktijk zullen de grenzen flink opschuiven. Veel providers zullen toch geen zin hebben in het gezeur en om een eventuele rechtszaak te ontlopen liever toeschietelijk zijn met het verstrekken van data. En dit is dus slecht voor de bescherming van klokkenluiders, wat ik heel jammer vind."
Wat betreft de zaak tussen Brein en providers, waarover inmiddels ook een bodemprocedure is aangespannen voor providers, is de uitspraak van de Hoge Raad vandaag belangrijk. Immers, in kort geding vonniste de voorzieningenrechter dat het mogelijk zal moeten zijn voor Brein om in een civiele procedure persoonsgegevens te krijgen van internetabonnees waarvan ze bewijzen overlegt dat die illegaal muziek en films aanboden op ruildiensten als Kazaa.
Wenckebach is daarover helder: "Voor onze peer-to-peer vrienden is het echt afgelopen. Met dit vonnis in de hand heeft Brein vrij baan om gegevens van abonnees van providers op te eisen. Gebruikers van p2p-netwerken die bestanden waarop rechten rusten aanbieden zijn immers onmiskenbaar onrechtbaar bezig."
Provider als rechter
Providers moeten hun lat verlagen. Indien voldoende aannemelijk is dat de uiting van een klant onrechtmatig zou kunnen zijn, dan mag de provider persoonsgegevens van de anonieme publicist niet weigeren aan degene die meent gedupeerd te zijn.
Christiaan Alberdinck Thijm, advocaat van de providers in de zaken tegen Brein, schrijft in een commentaar op zijn weblog met een eufemisme een gevolg voor zijn zaak op: "Dat maakt het leven van een internetprovider niet eenvoudig."
Alberdinck Thijm acht het veel moeilijk om vast te stellen of een uiting onrechtmatig zou kunnen zijn dan om te bepalen of een uiting onrechtmatig is. "Het is mijns inziens onwenselijk dat een provider deze juridisch ingewikkelde toets moet uitvoeren. Hij gaat daarmee op de stoel van de rechter zitten."
Maar maakt het nu werkelijk zo veel verschil of een provider de rechter moet spelen over de vraag of iets 'onmiskenbaar onrechtmatig' is of 'onrechtmatig zou kunnen zijn'? Afwegen moet hij toch, of niet? Immers, de eventuele claim of rechtszaak zelf zal altijd nog volgen?
Egbert Dommering, die Lycos verdedigde bij de Hoge Raad: "Dat maakt wel degelijk verschil. De belangenafweging wordt in de praktijk moeilijker toepasbaar. Ik vind dat de Hoge Raad een te vage norm heeft gesteld. Het zou best interessant daar het oordeel van het Europese Hof is over te vragen."
Zie ook: Lycos-pagina met alle stukken