Het blijft voor mij toch een raadsel hoe dat kan. Het is net zoiets als een rekenmachine die beter gaat rekenen na x gebruiksuren.
Of zou het ook de TV kunnen zijn die na enkele uren signaal van de Humax dat beter verwerkt? Daar zit in ieder geval nog iets analoogs in.
In wezen staat analoge techniek ook aan de basis van de digitale techniek. Nullen en enen bestaan bij de gratie van het al dan niet doorlaten van hele kleine spanningsvariaties.
Deze zijn zo klein doordat opgeslagen informatie in steeds kleinere geheugenelementen (lees minder moleculen) wordt opgeslagen. Daarbij neemt de kans dat een "nul" aangezien wordt voor een "één", mede doordat er "geheugen effecten" meespelen (wat stond er de vorige keer), toe.
Daarbij speelt ook nog een rol de (analoge) instelling/stabiliteit van aangelegde referentie spanningen.
Kortom het kan altijd wel eens misgaan met de interpretatie van informatie. Dat zoiets in loop der tijd verandert komt voort uit het samenspel tussen electromagnetisme en physische aspecten (kristalroosters, verontreinigingen, achtergebleven magnetisme).
Dit soort processen raakt door de meet genomen vrij snel ingetuned omdat er "herschikking" optreedt, zeker als er hoogwaardige "zuivere" componenten worden toegepast. Vergelijk het maar een beetje als een waterstroom over een aanvankelijk hobbelige zandvlakte.
Digitale techniek houdt er rekening mee dat het fout kan gaan. Daarom zie je in allerlei toepassingen ingebouwde zelfcorrigerende voorzieningen, waarbij het ook mogelijk is om de fout te detecteren en corrigeren, door het opslaan van extra controle informatie. Dat doe je dus waar informatie "niet verliesbaar" moet zijn.
In bulkprocessen als digitale videoprocessing ligt dat anders. Daar mag je normaalgesproken best wel eens een bitje verliezen. 1 of 2 milliseconden later heb je toch weer nieuwe data. Idd, als dat heel erg vaak gebeurt dan ga je dat "zien". Het is echter gewoon zonde van de rekenkracht, opslag en doorvoersnelheid om ook nog eens je best te gaan doen om data te reconstrueren.